|
|
||||||||
|
Supermens vindt eindelijk rust Door Jan van der Nat
Bij de basketbalfan staan vele momenten van His Royal Airness in het geheugen gegrift. De loopbaan van Michael Jordan (bijna 36) was per slot van rekening één lange ketting van hoogtepunten. Twee daarvan markeren nadrukkelijk de carrière van de Amerikaanse superstar, die uitgerekend nu de NBA zulke moeilijke tijden doormaakt, zijn kroon ter beschikking stelt. De vraag is alleen: aan wie? Voor het eerste moment moet worden teruggegaan naar 1982. Naar de finale van de NCAA, het college-basketbal. North Carolina speelt tegen Georgetown. Vlak voor tijd zorgt een magere, eerstejaars speler voor het winnende schot van de wedstrijd. Daarmee bezorgt hij de inmiddels legendarische coach Dean Smith van North Carolina diens eerste kampioenschap. Zijn naam: Michael Jordan. Voor het tweede moment moet een sprong worden gemaakt naar 14 juni 1998. Plaats van handeling het Delta Center in Salt Lake City. Het zijn de laatste seconden van de zesde wedstrijd in de finalereeks tussen Utah Jazz en Chicago Bulls. Iedereen heeft zich verzoend met een terugkeer naar Chicago voor de allesbeslissende zevende wedstrijd. Iedereen? Nee! Niet Michael Jordan. In een uiterste poging steelt hij de bal van Karl Malone, dribbelt naar de andere kant en drukt op de kop van de bucket af. Weer hij. Weer Michael Jordan. De Bulls gaan, zonder hun tegenstander, terug naar The Windy City. Om de zesde NBA-titel in acht jaar te gaan vieren. Er zal in de komende, verkorte competitie, die in februari begint, geen zevende kampioenschap aan worden vastgeplakt. Vandaag kondigde Michael Jordan officieel aan te stoppen. Daarmee komt een einde aan een tijdperk, waarin de Bulls tot grote hoogte stegen. Een tijdperk dat in de geschiedenis van het basketbal synoniem zal zijn aan Michael Jordan. Normaal gesproken wordt er voor mensen die zó hun stempel op iets hebben gedrukt een standbeeld opgericht. Maar dat hoeft niet meer. Het beeld van Michael Jordan staat al, sinds zijn eerste afscheid in oktober 1993, voor de hoofdingang van het United Center, de thuishal van de Bulls. Best There Ever Was, Best There Will Ever Be, luidt de inscriptie. Een korte, maar uiterst kernachtige samenvatting. Natuurlijk waren Wilt Chamberlain, Bill Russell, Larry Bird en Magic Johnson kanjers van basketballers. Zoals eigenlijk alle vijftig de mannen, die in 1997 bij het 50-jarig bestaan van de NBA werden gekozen bij de beste vijftig spelers aller tijden. Maar niemand kan de vergelijking met MJ doorstaan.
Door het noodgedwongen uitstel van de competitie heeft Michael Jordan extra veel tijd gehad om zijn beslissing te nemen. Van meet af aan heeft hij gezegd dat niet te doen, voordat de lockout voorbij zou zijn. De overeenkomst tussen de eigenaren en de spelers was nauwelijks een feit of het complete mediacircus ging naar hem op zoek. Maar Jordan heeft zo zijn eigen plekjes om zich af te schermen tegen de buitenwereld. Meestal ergens tussen de eerste en de achttiende hole van een luxueus golfcomplex. Natuurlijk stond zijn besluit al vast. Eigenlijk al vanaf dat moment in Salt Lake City, toen Phil Jackson, de coach van Chicago Bulls, zijn vertrek aankondigde. Onmiddellijk koppelde Jordan een verlenging van zijn loopbaan aan de terugkeer van Jackson op de bank van de Bulls. Talloze pogingen werden gedaan om de Zen Master uit Montana over te halen. In het belang van de Bulls, van Michael Jordan en van de hele NBA. Alle pogingen waren vergeefs en met het verstrijken van de tijd rezen de twijfels over de plannen van Jordan. Een maandje geleden meldde Charles Barkley (Houston Rockets), tegenstander maar vooral vriend van Jordan, dat het voorbij was. Jordan had hem dat zelf gezegd. Ergens op een golfbaan, want ook die passie delen ze. Veel aandacht werd er niet besteed aan de opmerking van Sir Charles, die niet in zijn eerste leugentje is gestikt. In betrekkelijke stilte werkten basketbaljournalisten echter aan verhalen, overzichten en staatjes voor wat je gerust een necrologie kunt noemen. Vandaag is de basketballer Michael Jordan begraven, morgen zal de mens Michael Jordan opstaan. Al zal hij waarschijnlijk nooit helemaal een normaal leven kunnen leiden. Vanaf zijn winnende schot in de NCAA-finale van 1982 is hij namelijk geleefd. De eerste twee jaar op college ging het nog wel, maar nadat de Chicago Bulls hem in 1984 kozen in de traditionele college-draft was het over met de rust. Nooit een restaurant kunnen binnenstappen om een hapje te eten, nooit eens ongestoord kunnen winkelen. Nooit werd hij echt met rust gelaten. Niet door de fans, niet door de media. Het ritueel na een wedstrijd was altijd hetzelfde. Razendsnel douchen en aankleden. Immers, volgens de regels van de NBA gaan een kwartier na afloop van een duel de deuren van de lockerroom open voor de pers. Terwijl de andere Bulls met rust werden gelaten zochten twintig, dertig mannen en vrouwen, met schrijfbloks, cameras en opnameapparaten in de aanslag, een plekje rond een lege stoel voor de kast met het wereldberoemde nummer 23. De troon van His Royal Airness. Later, op weg naar de spelerslounche of zijn auto, moest hij worden beschermd door, zoals hij ze zelfs noemde, zijn Yellow Jackets, een stuk of vier bodyguards in opvallend gele jasjes.
Michael Jordan werd geleefd. Zelfs toen in augustus 1993 zijn vader het slachtoffer werd van een brute roofmoord. De rust die Michael Jordan toen probeerde te vinden, vond hij niet. Twee maanden nam hij de tijd om zijn leven op een rijtje te zetten, op 6 oktober 1993 kondigde hij zijn afscheid aan. Hij ging...honkballen. Van zijn baas Jerry Reinsdorf kreeg hij de kans in de organisatie van de White Sox, even als de Bulls eigendom van de steenrijke zakenman uit Chicago. Maar nog kreeg Jordan geen rust. De wedstrijden van de Birmingham Barons, een opleidingsteam van de White Sox in Alabama, werden uit en thuis in uitverkochte stadions gespeeld. Een jaar probeerde hij het, maar de basketbalster slaagde er als honkballer niet in de top te halen. Natuurlijk hadden de White Sox hem kunnen promoveren naar het major-leagueteam en natuurlijk had dat extra toeschouwers opgeleverd, maar zelfs in de Verenigde Staten worden commerciële belangen wel eens aan de kant gezet. Anderhalf jaar na zijn afscheid keerde Michael Jordan daarom terug bij de Bulls. De Indiana Pacers van Rik Smits hadden, hoewel ze de wedstrijd wonnen, de twijfelachtige eer om figuranten te mogen zijn in The Show Part Two. In de paar maanden die het seizoen nog duurde kon Jordan de Bulls niet meer op de rails krijgen. Maar in de drie jaar er na daverde de trein weer van oost naar west en van noord naar zuid door het land en was door niets en niemand af te stoppen. Maar daar was wel een supermens voor nodig. |
||||||||
© Stichting American Sports
1999/2000 |
||||||||